Dit artikel, geschreven door de Leidse retorica-specialist prof.dr. Jaap de Jong, verscheen op donderdag 8 september 2011 in nrc.next.
De beroemdste speech in de Nederlandse taal is nooit gehouden. Hij is uitgesproken door een romanfiguur in een romanwereld. De schrijver Multatuli liet de hoofdpersoon van zijn roman Max Havelaar een indrukwekkende toespraak uitspreken tot de hoofden van Lebak.
In het schrale Nederlandse landschap van welsprekendheid steken Havelaars aangrijpende vergelijkingen en retorische technieken met kop en schouders overal bovenuit. ‘Ik vraag u (..), waarom zijn er zo velen die weggingen, om niet te worden begraven waar ze zijn geboren? Waarom vraagt de boom waar de man is die hij als kind zag spelen aan zijn voet’
Nederlanders staan niet bekend om hun memorabele toespraken en speechkwaliteit. Heeft dat met het onderwijs te maken, waarin kringgesprek en democratische discussie hoger worden gewaardeerd dan een toespraak waarmee je je verheft boven de groep? Is het onze maaiveld- en poldermentaliteit? Journalist H.J.A. Hofland heeft het ooit geweten aan de afwezigheid van grote balkons in ons land.
Voor ‘meeslepende toespraken wijzen we snel naar Winston Churchill of Martin Luther King. En niet naar Balkenende of Verhagen.
Maar er broeit iets in Nederland. Voor het goede woord op de juiste plaats groeit waardering. Na een revival van de debatwedstrijd is nu de toespraak aan de beurt, in een heus Toespraken Toernooi (zie de oproep op deze pagina). Recent zijn een Amsterdamse Retoricakamer, een Leidse Werkgroep Retorica en een nationaal Speechschrijversgilde opgericht. Hier en daar wordt wel eens een toespraakwedstrijdje georganiseerd op een middelbare school.
Wie in plaats van een tenenkrommende toespraak een pakkend betoog houdt, verdient kudos. Jongeren ontdekken het plezier van goed speechen. ‘Wie verveelt heeft ongelyk’, zeggen ze Multatuli na. Op hogescholen en universiteiten worden strengere eisen gesteld aan referaten. Wie vorige maand op Amazon.com een boek wilde bestellen over spreken en presenteren in het openbaar kon kiezen uit maar liefst 120 titels (pas verschenen en herdrukt).
De vlammende speech herleeft ook onder invloed van president Barack Obama’s verbale vuurwerk. En het werd tijd ook, want de toespraak is de puurste vorm van communicatie. Een mens staat op en vertelt z’n gehoor eens even flink de waarheid. Al sinds Aristoteles, Cicero en Quintilianus is de toespraak een essentieel voertuig om een publiek in beweging te krijgen. Daar kunnen geen facebookupdates of tweets tegenop.
Waarom gaat het dan toch zo vaak mis? Plankenkoorts en vooral gebrekkige voorbereiding leiden tot matige speeches vol clichés en omtrekkende bewegingen. Met een paar maatregelen neemt de kans op een geslaagde voordracht aanzienlijk toe.
Hier volgen zes tips:
1 Wat heb je te zeggen? Wat is de unieke en bijzondere inhoud van je verhaal? Wat, hoop je, zullen jouw toehoorders thuis vertellen over je speech? Kies een kwestie waarvan je echt iets vindt en waarbij je oprecht iets voelt. Scherp je standpunt aan. Selecteer veel argumenten, cijfers en bronnen, maar presenteer alleen datgene wat je pakkend kunt brengen en houd scherp in het oog voor welk publiek je spreekt. Overlaad je publiek niet met feitjes, maar vertel een verhaal dat emotioneel resoneert.
2 Zorg voor een duidelijke verhaallijn. Zet de drie klassieke stappen: inleiding, de kern met een paar punten en het slot. Bepaal hoe je in de eerste minuut je publiek pakt en meeneemt in je betoog. Geef, via een of twee vragen, een indruk van wat komen gaat. (Waarom …? En wat kunnen we …?). Behandel in de middendeel vervolgens je hoofdpunten en maak zo nu en dan een overgangszinnetje (‘Hoofden van Lebak, wat staat ons nu dus te doen?’) Kondig soepel het slot aan, vat je hoofdargumenten en je boodschap krachtig samen en probeer met een paar goede retorische formuleringen je publiek van jouw kernboodschap te overtuigen.
3 Geef kleur aan je woorden. Spreek concrete en beeldende taal. Clichés zijn de dood in de pot. Zoek naar een mooi citaat, een verrassende vergelijking, een grappige, rake typering, een scherp contrast, een spannende anekdote. Alles wat afwijkt van het gebruikelijke trekt de aandacht. En vergeet de lichte toets niet: goed gedoseerde humor is essentieel in een toespraak.
4 Houd contact met je publiek via je ogen, je stem en gebaren. Sta rechtop. Kijk je publiek zoveel mogelijk aan, lees je tekst niet woord voor woord voor, werp hooguit zo nu en dan een blik op je spiekbriefje (met trefwoorden en hooguit een enkele uitgeschreven zin). Zorg ervoor dat je stem goed verstaanbaar klinkt, ook voor de achterste rij, en onderstreep je belangrijkste punten met enkele gebaren.
5 Laat je persoonlijke overtuiging zien en horen. Toon in je inleiding dat je betrokken bent bij je onderwerp. Maak duidelijk dat je recht van spreken hebt: door je kennis van, of door je speciale band met het onderwerp, zonder nerdy over te komen. En vrees de improvisatie niet. Naast alles wat je hebt voorbereid, is het ook belangrijk te reageren op wat er in de zaal gebeurt of wordt gezegd. Vertel een verhaal dat spontaan overkomt, klink niet alsof je een lesje oplepelt.
6 Zenuwen? Die horen erbij. In de eerste minuut van je speech zakken de vlinders meestal, als je merkt dat het goed gaat. Put vertrouwen uit je goede voorbereiding, het belang van jouw verhaal en de urgentie van je argumenten. Oefen je tekst een paar keer, liefst voor een klein publiek. Dan krijg je een idee van je timing, van goede en stroeve passages. En hoe vaker je presenteert, hoe minder last je van zenuwen hebt.
Wie zijn of haar publiek voluit wil raken, kan veel van Max Havelaar leren. Laat je inspireren door zijn vlammende Toespraak, door “[…] hoe zijn stem van vleiend zacht in vlijmend scherp overging, hoe de beeldspraak van zijn lippen vloeide als strooide hij met kostbaarheden die hem toch niets kostten, en hoe, als hij ophield, iedereen hem aanstaarde met open mond en leek te vragen: ‘Mijn God, wie bent u?’”
Prof. dr. Jaap de Jong is neerlandicus, gespecialiseerd in retorica, en hoogleraar Journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. Hij is voorzitter van de jury van het Max Havelaar Toespraken Toernooi.